New Wave – Deel 3: Steve Lillywhite

New Wave – deel 3

Deze serie artikelen gaat over de muziekstroming new wave. Over producers van legendarische new wave albums, over obscure labels die juweeltjes uitbrachten en over wat new wave eigenlijk inhoud. Frederik en ik zullen afwisselend een blog schrijven; we hebben beiden de new wave periode bewust meegemaakt en zullen, waar het kan, anekdotes uit die tijd toevoegen.


Dit is het derde deel uit de serie en gaat over de producer Steve Lillywhite. Hier is het eerste deel (de jaren voor de new wave)  te lezen en hier het tweede deel (over producer Daniel Lanois).


Veel leesplezier, Robert

Zijn naam kom je op meer dan 500 albums tegen

Wanneer iemand lang in de muziekwereld actief is, geeft dat geen garantie op succes. Maar als je naam op meer dan 500 albums staat, dan beschik je net als Nadal over behoorlijke kwaliteiten. Ik ga ze niet allemaal opsommen, maar om je een idee te geven met wie hij heeft samengewerkt: Joan Armatrading, Big Country, Counting Crows, Crowded House, Peter Gabriel, The La’s, Frida, The Killers, Kirsty MacColl, Dave Matthews Band, Steel Pulse, Morrissey, Phish, The Pogues, Psychedelic Furs, Tom Robinson, The Rolling Stones, Simple Minds, Siouxsie & The Banshees, The Smiths, Talking Heads, Thompson Twins, Johnny Thunders, U2, Ultravox, World Party en XTC. Het is geen toeval dat hij voor veel new wave artiesten heeft geproduceerd: hij was in de jaren 80 staff producer bij het label Island Records en die zette flink in op vernieuwende muziek als new wave. Daarvoor was Lillywhite tape operator voor Polygram en mixte onder andere voor Golden Earring.

Mijn muzikale hoogtepunten

Big Country — The Crossing

Toen ik voor het eerst het debuutalbum The Crossing van de Schotse band Big Country hoorde reageerde ik als konijn die verschrikt in felle koplampen keek; ik was perplex na het horen van hun bombastische sound. De sound van Big Country werd mede gekarakteriseerd door het gebruik van de E-bow: een apparaatje die je boven de snaren van een gitaar houdt. Door het magnetische veld van de E-bow worden de snaren van de gitaar in beweging gebracht.

Zanger Stuart Adamson richtte in een eerder stadium de punkgroep The Skids (bekend van The Saints Are Coming) op, om na de in deel 1 besproken punkgolf, met Big Country de new wave richting in te slaan.

Fields of Fire, Porrohman en In a Big Country vind ik de beste nummers van het album, maar daar doe ik de overige nummers mee te kort. Er is eigenlijk geen slecht nummer op dit album te vinden en dat maakt hem tot één van de beste albums die ik ken. Het is jammer dat het dozijn albums dat na The Crossing wordt uitgebracht, steeds slechter en slechter worden. Zelfs na de tragische dood van Adamson in 2001 maakt de band nog twee albums.


U2 — Boy

Mijn eerste kennismaking met U2 was de 12 inch van 11 O’Clock Tick Tock. Die vreemd genoeg niet terug te vinden is op het debuutalbum Boy. Zelf betitelt de band dit album als punkrock, maar op I Will Follow na, staan er in mijn ogen niet echte punkrock-songs op. Maar wat maakt het uit wat voor label je erop vastplakt, met de overkoepelende term new wave kom je er ook mee weg. Punk is het zeker niet.

De jongen op de voorkant heet Peter Rowen en is het broertje van een goede vriend van Bono: Gucci (Virgin Prunes). Rowen staat ook op de voorkant van het derde album van U2: War. Beide albums en de 12 inch had ik uit armoe op cassetteband getaped. Van het weinige zakgeld wat ik had, kon ik alleen hun tweede album kopen! Maar Boy blijft in mijn ogen het beste album van U2 ooit. Vooral van de nummers: Out of Control, The Electric Co en I Will Follow krijg ik nog steeds kippenvel.


Simple Minds — Sparkle in the Rain

De term bombastisch die bij Big Country viel is zeker van toepassing op The Simple Minds. Ook deze groep komt uit Schotland en treedt nog regelmatig op. Het is verbazingwekkend dat na New Gold Dream (81-82-83-84) de band in staat is om nog een album van gelijkwaardige kwaliteit uit te brengen. Ik denk dat het zonder de inbreng van Lillywhite niet was gelukt. Eigenaardig is dat de hit Don’t You (Forget About Me), van de cultfilm The Breakfast Club (maar daarover in een latere blog meer), niet op het album staat. Mijn favorieten blijven: Up On The Catwalk, Street Hassle en Waterfront. Ook een leuk feitje was dat Steves toenmalige vrouw Kirsty MacColl mee zong op Speed Your Love To Me en Street Hassle.

Dertig jaar na dato wordt het album opnieuw uitgebracht en belandt voor een week in de Album Top 100. Dat de band mateloos populair is, blijkt wel uit de lang van te voren uitverkochte concerten. Waar ze gelukkig hits uit hun slechte periode (eind jaren 80) achterwege laten. Ook de recente albums zijn absoluut het luisteren waard!


Ongelooflijk oeuvre

Om in de context te blijven heb ik drie albums besproken die mij in de new wave periode raakten. Het oeuvre van Lillywhite is ondertussen zo gigantisch groot geworden, dat het onmogelijk is om dat hier te beschrijven. Ben je oprecht geïnteresseerd in zijn muzikale carrière dan raad ik je aan om de site van discogs te bezoeken: Steve Lillywhite. Schrik niet van de grote hoeveelheid entries die in de database staan, het zegt veel over een man die voor mij veel heeft betekent.

admin
Written by admin

2 Comment responses

  1. Avatar
    July 04, 2017

    Steve Lillywhite is een in graniet uitgehouwen naam in de rock geschiedenis. Ik heb dit artikel met met zeer veel genoegen en herkenning gelezen.

    Reply

    • Avatar
      July 04, 2017

      Ja, wat heeft die man veel bands geproduceerd en ook nog zo veel in de new wave hoek!

      Reply

Leave a comment